Ik heb iets met jou te delen!

Dat doe ik graag. Ik weet dat ik er ook van alles voor terugkrijg. Ik vermoed dat jij ook graag wat wilt delen, maar wellicht vraag jij je af óf je er wel iets voor terugkrijgt. Die twijfel herken ik goed. Het delen van je energie (werk), je geld (belastingen) en zelfs de tijd die je bijvoorbeeld in vrijwilligerswerk stopt voelt vaak, veel te vaak, als een verplichting. Een verplichting die bovendien vaak als onredelijk voelt omdat ……. Nou, vul maar in.

Terug naar de basis! Het is altijd zo geweest (en het zal altijd zo blijven) dat een beperkte groep het merendeel van het bezit en de talenten heeft. Een veel grotere groep heeft behoefte aan een deel van het bezit en de talenten van die eerste groep. Die eerste groep bestond vroeger uit de adel en de kerk enerzijds en uit een beperkt aantal slimmeriken en getalenteerden anderzijds. Laten we het de elite en de notabelen noemen. Op weg van een boerengemeenschap richting een meer industriële wereld namen een flink aantal bedrijfseigenaren de rol van de adel over en groeide de groep notabelen (burgemeesters, notarissen etc.).

Vooral een deel van de adel, maar later ook vele bedrijfseigenaren, nodigden de notabelen uit om van gedachte te wisselen. Bezit ontmoet talent. Kennis, kunde en een deel van het bezit werden gedeeld. Geld en talent samen doen wonderen. Het was voor iedereen duidelijk dat dit delen aangenaam was en dat het voordelen opleverde. Je kreeg er iets voor terug. Zichtbaar! Omdat dit alles zich bijna compleet lokáál voltrok konden deze groepen niet om de minder bedeelden en minder getalenteerden heen. Je kwam elkaar immers hoe dan ook tegen. Noem het altruïsme, noem het eigenbelang, maar er werd wel degelijk gedeeld met de minder bedeelden. Denk maar aan de werkgevers die niet alleen zorgden voor banen, maar ook voor de sportvereniging, de fanfare, ouderenzorg (hofjes) en wat al niet meer. De minder bedeelden deelden ook. Niet alleen middels arbeid, maar ook middels bijvoorbeeld vrijwilligerswerk in de sportvereniging of bij de fanfare.

Kortom: Er werd gedeeld! En middels dat delen kreeg iedereen zichtbaar (!) iets terug.

Natuurlijk had dit ook z’n nadelen, zoals willekeur en uitsluiting van bepaalde groepen. Daarom hebben we in de loop der tijd deze manier van delen veranderd in rechten en plichten (of was het andersom?). Bekende rechten zijn bijvoorbeeld het minimumloon en sociale uitkeringen, bekende plichten zijn bijvoorbeeld belastingen. Loon, uitkeringen en belastingen zijn dus een vorm van delen!

We delen dus nog steeds maar het is niet meer als zodanig herkenbaar. Het is groot en onpersoonlijk geworden. Je krijgt er niets zíchtbaars (!) voor terug.

Dat maakt het voor bezitters en getalenteerden steeds makkelijker en aantrekkelijker om niet meer in de bij hen bekende lokale bevolking te investeren, maar in iets waarvoor zij of meer geld/rendement krijgt of meer zichtbare dankbaarheid. En de lokale bevolking dan? Die gaat logischerwijs steeds meer op haar rechten staan. Heeft steeds minder begrip voor diegenen met bezit. Zal steeds minder bereid zijn om deel te nemen en steeds meer gaan voor eigenbelang.

Inmiddels is het zo ver dat veel vrijwilligers verplicht (!) vrijwilligerswérk doen. Denk maar aan de bardienst bij de sportvereniging (van jouw kinderen). Denk maar aan het huidige overheidsbeleid op het gebied van bijvoorbeeld mantelzorg.

Wat ooit begon als vrijwillig delen is in veel situaties veranderd in verplicht vrijwillig werk !!!!

Terug naar de titel. ‘Ik heb iets met jou te delen’. Dat doe ik graag en met aandacht. Dat doe ik vrijwillig. Ik ben een deeltje van deze maatschappij. Ik heb dingen te delen. Ik heb andere zaken te delen dan 10 of 20 jaar geleden. Ik heb minder inkomen en minder energie, maar ik heb wel meer tijd om me te verwonderen en te verdiepen. Ik heb meer tijd om zaken en mensen aandacht te geven. De wereld heeft mij toegelachen en het geeft mij voldoening om de wereld iets terug te geven. Te delen. Met aandacht.

Wat dan? Kunde die ik kan opdoen doordat ik er tegenwoordig de tijd voor heb. Zoals dit artikel. Zoals interviews met oude mensen wat ik deel via de periodiek van de Historische Kring Maarssen. Zoals kennis over de (geschiedenis van) de Vechtstreek wat ik deel in het Vechtstreekmuseum (serveer ik je ook nog een kopje koffie). Zoals jou aanhoren wanneer je denkt ‘zo iets moet jij toch eens meegemaakt hebben; hoe loste jij dat op’. Zoals het -op schrift- onder woorden brengen van jouw ideeën en plannen. Zoals het mogelijk maken dat vele lokale (!) Gilden en Gildevrijwilligers hun kunde kunnen delen met anderen. Zoals……..

Of ik er iets voor terugkrijg? Of ik er voldoende voor terugkrijg? Of ik daarom vrijwilliger ben? Of deler? Ja, ook daarom ben ik vrijwilliger. En deler.

Welbeschouwd is de hele wereld één compleet verdelingsvraagstuk. Tot op heden deel ik. Dat doe ik met veel genoegen en voldoening. Dat hoop ik nog lang te kunnen. Aan delen stel ik 2 eisen: Het moet mij voldoening geven en het moet iets ‘persoonlijks’ hebben. Misschien is dat wel de reden dat ik belasting betalen zo vervelend vind.

Rob Franse, 23 mei 2018

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.