Rookhok paradox

Nu we, met dank aan de QR code, weer wat vaker op stap kunnen valt het me eens te meer op: Het rookhok is de ultieme versneller van nieuwe contacten!

Zo legden we afgelopen donderdagavond op zeer ontspannen wijze een aantal nieuwe contacten in en om een prachtig rookhok bij een zeer gezellig restaurant. We hadden het reuze naar ons zin met z’n tweeën maar het is ook prettig om tussendoor even een ander te spreken. Wanneer je blijft zitten dan lukt dat niet. Bovendien is het tijdens een fors diner -met dito wijn- van ca. vier uur ook wel heel prettig om af en toe de benen te strekken en een frisse neus te halen. Mijn rug en mijn stramme knieën worden er sowieso blij van.

Grappig is het ook dat een ieder die het rookhok benadert dit met zichtbare tevredenheid doet. Lekker, even staan, even roken, even een ander kletsje. Straks weer enthousiast verder eten.

Na de laatste gang was het uiterst plezierig om de koffie vlak bij het rookhok aan een tafeltje zittend te genieten. De naar buiten komende gasten op weg naar hun auto stopten zonder uitzondering. ‘goedenavond’. ‘Goed plekje’. ‘Gezellig’. ‘Ruikt goed die sigaar’ etc. En vaak uitmondend in een praatje. Om vervolgens extra tevreden met een brede zwaai de weg naar de parkeerplaats te vervolgen.

Weet je wat ik nou zo merkwaardig vind? Dat dit soort extra gezelligheid klaarblijkelijk alleen maar kan middels een rookhok. Dat was jaren geleden zo en dat is nog steeds zo. Daaruit trek ik de conclusie dat het verbod op binnen roken prima is. En ook dat het hebben van een aangenaam rookhok voor velen een echte extra is. En dat er nog steeds geen enkele fabrikant is die het voor elkaar heeft gekregen om met een volstrekt onschadelijk rokertje op de markt te komen.

Merkwaardig toch wanneer behoeftes aan even naar buiten, even bewegen, even praten en even iemand anders ontmoeten kennelijk behoorlijk groot zijn.

Rob Franse, 2 oktober 2021

Doel van het leven: Beter mens worden!

Is dat voor iedereen bevredigend en haalbaar? Ja. Mits!
Wanneer we naar de afgelopen 2800 jaar kijken dan zegt eigenlijk iedere filosofie en ieder geloof over de hele wereld ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook de ander niet’. Deze regel heet dan ook niet voor niets de Gulden Regel.

Middels die regel kun je dus zeggen: ‘Beter mens worden’ kan alleen wanneer je het samen doet.

Wat betekent ‘Samen’ dan? Het betekent dat iederéén mee móet kunnen doen op de gebieden ‘bestaanszekerheid’ en ‘het hebben van reële hoop voor jou en de jouwen’.

Hoe je dat als gemeenschap doet? Allereerst door te zorgen dat er een gezonde economie is (er moet geld verdiend worden en er moeten producten en diensten geleverd worden) en er een gezonde en veilige omgeving is.

Kan iedereen dat even goed? Neen! Sommigen zijn daar veel beter in dan anderen. We zijn op dat gebied heel erg ongelijk. Is dat erg? Nee hoor. Ik applaudisseer bovendien graag voor diegenen die bovengemiddeld presteren. Ik ben ze zelfs dankbaar en gun ze hun revenuen.

En wanneer je wat minder goed kan presteren? Iets wat voor zeker 90% van ons geldt! Dan maak je een deal met de toppresteerders. Je biedt hen diensten aan waar ze zelf geen tijd voor hebben of waar ze zelf minder goed in zijn. Daar krijg jij dan weer geld, producten, diensten en waardering voor.

Maar als dat verschil tussen de top en de anderen nou te groot blijft? En als sommigen tot velen daardoor te weinig bestaanszekerheid hebben en te weinig reële hoop? Dan zul je die toppresteerders (of in sommige situaties mazzelaars) moeten bewegen een wellicht naar hun gevoel (!) onevenredig deel van hun bezit of verdiensten toch af te staan ondanks het feit dat ze daarvoor geen tegenprestatie krijgen.

Vroeger was dat op zich makkelijker dan nu. Een kerkelijke instelling kon rijken wat makkelijker overtuigen – met het geloofsboek in de hand- om de gemeenschap ‘te helpen’. Die ‘rijken’ zagen daar vrij direct het effect van omdat men elkaar in die kleine gemeenschappen vaak tegen kwam. Ze zagen voor wie ze het deden. Een kerkelijke instelling kon daarnaast er wat ‘bovenop’ doen zoals een extra mooie zitplaats in de kerk.

Nu is het allemaal behoorlijk onzichtbaar geworden. Wie doet wat voor wie? Wat staat er tegenover? Hoezo plichten en rechten? Maar ook: Waaróm zou je -aan welke kant je ook staat- je plichten nakomen? Vanuit je geloof? Je overtuiging? Bildung? Je visioen? Via wetten alleen kom je er niet! Wanneer die niet ingebed zijn in een overtuiging ‘dat het redelijk’ is zullen wetten zoveel mogelijk ontdoken worden.

Wellicht moet je als gemeenschap, als individuen en als bedrijven/instellingen trots genoeg zijn op het feit dat je hier mág leven, wonen en werken. Dat je voor jezelf moet zorgen én voor je omgeving. Dat zou een eis moeten zijn aan alles en iedereen. Dus wel goede winst maken maar dit ook goed herverdelen (wat geldt ook voor vermogenswinsten)! Anderzijds moet je dan, om recht te hebben op deling, wél aan een aantal minimum gemeenschapseisen voldoen. Het moet ook duidelijk zijn wat er van wie naar wie gaat (‘er komt de facto niets van de overheid’).

Waar moet je dan voor zorgen? Zinvolle opleidingen (geestelijk (!) en economisch voor echt íedereen) met de bijna zekerheid/het vooruitzicht dat je daarmee jezelf kunt voorzien en mee kunt doen in/aan de gemeenschap. Dat je echt begrijpt hoe het werkt in deze wereld.

‘Meedoen’ betekent bijvoorbeeld de zekerheid van huisvesting en gezond voedsel, zaken die ver uitgaan boven culturele kwesties of identiteit. Hiermee schep je de voorwaarden voor inclusiviteit. Tevens de voorwaarden dat iedereen gewaardeerd kán worden. Met daarbinnen (!) een plek voor jouw eigen manier van leven.

Let wel: Daar bovenop valt dan weer veel te betalen uit de besparing op kosten van (preventieve) gezondheidszorg en (voorlichting/bewustwording) op het gebied van klimaat. Zorg dat het helpt bij bestaanszekerheid! Zo zorgen een gezonde manier van leven (preventie) en een gezonde manier van omgang met ons klimaat onmiddellijk (!) voor directe voordelen voor iedereen persoonlijk.

En de politiek? Die zou het niet meer herkozen worden’ als optimum moeten zien. Je gaat de politiek in vanuit een ‘gewone’ baan om ‘te dienen’. Hoe beter je dient, hoe eerder je klaar bent en verder kan met waar je mee bezig was. Zoals de Amerikaanse rector magnificus die terug mag naar zijn of haar vak.

In een gemeenschap is het essentieel dat er éisen gesteld worden aan iedereen in de vorm van verplichtingen. In geld en/of in natura en naar draagkracht. Ten behoeve van de gemeenschap. Zo heeft iedereen belang bij een goede winstgevendheid (in bedrijfswinst, individuele winst en vermogensgroei) míts deze goed verdeeld wordt.

Door bovenstaande hoef je elkaar ook niet meer moreel de maat te nemen. Dat scheelt heel veel frustraties en irritaties en doet mensen sneller bewegen richting gemeenschapszin.

‘Beter mens worden’ kan. Iedereen kan het. Mist we het aandurven hárde afspraken te maken over plichten richting de gemeenschap die breed erkend worden als ‘voordelig voor iedereen’.

En zo denk en droom ik voort ……..

Rob Franse, 25 september 2021