Jezelf niet aanpassen is een luxe!

We leven in een liberaal land met veel vrijheid. En dat is prachtig. Dat moeten we koesteren. En eigenlijk wordt onze individuele vrijheid maar door 2 zaken beperkt, te weten: 1. Wet en regelgeving 2. De mate waarin je het nodig vindt om “er bij te horen”.

Laat ik mezelf als voorbeeld nemen. Ik draag tegenwoordig m’n haar in een paardenstaart. En ja, dat is afwijkend. Ik had die staart ook in de tijd dat ik marketeer was bij ABN AMRO. Maar ik had ‘m niet toen ik als accountmanager werkte in Amsterdam Oud-Zuid. Waarom? Omdat het voor een marketeer helemaal niet zo gek is om er wat afwijkend uit te zien. Waarom niet als accountmanager? Heel simpel, omdat het zo zou kunnen zijn dat klanten me minder of niet zouden accepteren. Het is dus aan mij om af te wegen wat ik belangrijker vind: De luxe van afwijkend zijn met een staart of voldoende aangepast zijn om m’n werk optimaal te kunnen uitoefenen.

Snap je al waar ik heen wil?

Nog een paar voorbeelden uit m’n privéleven: Ik loop graag in een oude spijkerbroek en dito shirt; maar als ik naar de stad ga dan doe ik iets ordentelijkers aan; mijn ervaring is het dat ik dan beter geholpen word. Ik geef mensen graag een stevige knuffel, een hug; Toch doe ik dat niet met iedereen en overal, stomweg omdat er ook mensen zijn die dat niet prettig vinden. Ik heb een aantal duidelijke meningen over godsdienst in het algemeen; toch uit ik dat niet altijd, stomweg uit respect. Wanneer ik in Italië een tafeltje wens dan vraag ik er om, ook als ik vele lege tafeltjes zie; dat is daar de gewoonte; je wordt vervolgens trouwens ook veel beter bediend.

Ja, je begint te begrijpen waar ik heen wil…..

De laatste tijd is er veel discussie over hoe nieuwkomers in ons land zich zouden moeten gedragen. Een discussie die, vaak veel minder heftig, al zo lang speelt als dat Nederland bestaat. We zijn niet alleen altijd al een immigratieland geweest maar ook een land met grote verscheidenheid tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Zo moet ik denken aan de Amsterdammer die directeur werd in Maastricht (ja, hij was genoodzaakt langdurig te eten alvorens zaken te doen). De Fries die in Amsterdam kwam werken (nee, in het Fries praten kon echt niet). De Hollander die probeert te begrijpen dat “jaja” bij een Groninger betekent “ik wil praten” maar bij een Limburger “nee” betekent. Allemaal passen ze zich aan; stomweg omdat je anders niet mee kunt doen. Sociaal niet en niet op de werkvloer. Amsterdam in de Gouden Eeuw is misschien wel het mooiste voorbeeld. De stad dankte haar welvaart aan de handel. En om goed te kunnen handelen hielp het niet om al te zeer vast te houden aan je principes en je geloof. Wilde je mee kunnen delen in de welvaart dan was aanpassen het devies!

Ik ken een aantal 1e en 2e generatie nieuwkomers. Ze zijn allemaal succesvol in de zin van welvaart, welzijn en geluk. Ze hebben zich aangepast aan hun omgeving en aan hun werk. Ze hebben de luxe van “precies doen en geloven wat zij belangrijk vinden” ingeruild voor een aanpassing waardoor ze mee kunnen doen. Geen van hen hoefde je dat uit te leggen. Ze begrepen dat zelf. Zoals ik begreep dat ik als accountmanager geen staart kon dragen. Het hoefde niet verteld of opgedragen te worden. Interessant nietwaar?

Wat is het toch dat er ook velen in dit land zijn, autochtoon en allochtoon, die hun eigen mening, hun eigen manier van leven en hun eigen geloof belangrijk genoeg vinden om zich (helemaal) niet aan te passen, maar wel verwachten dat dit door iedereen geaccepteerd wordt. Dat je mee kunt delen in de welvaart zonder je aan te passen? Een oud wijsheid zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men preekt”. Gelukkig ligt dat tegenwoordig wat genuanceerder, maar het kan natuurlijk niet zo zijn dat we die wijsheid nu veranderen in: “Wiens brood men eet moet maar accepteren dat ik mijn eigen woord preek”.

Tsja, jezelf niet aanpassen……..Het is in zekere zin een luxe. Maar een luxe die zelden leidt tot luxe….

 

Rob Franse, 15 juni 2016

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.