Intens genieten terwijl je je echt beroerd voelt.

Het zat ook allemaal tegen. Ik moest harde keuzes maken. Het lijf wilde niet. Het hoofd wilde maar half. Het was teveel. Teleurstellingen werden echte teleurstellingen. Of het nou om de wereld in het algemeen ging of om m’n eigen kleine omgeving.

Tot ik tegen vijven, ik zat net een paar minuten achter in de tuin, zag hoe een bijzondere lichtval de laatste bloemen op een bijzondere manier bescheen. Zelfs de nagenoeg uitgebloeide bloemen gaven een kleurenpracht zoals je die uitsluitend in de naderende herfst kan tegenkomen. Langzaam realiseerde ik me dat m’n huid de warmte van de al vroeg ondergaande zon overnam. Een vlinder zocht langzaam haar weg. Uit de vijver klonk een eerste aanzet van een kikker. Sommige wingerdbladeren gaven in dit licht al een felrode gloed. In gedachte zag ik de egel die ons gisterenavond laat kwam bezoeken. Een egel die zich tevreden rond at op weg naar een mooie winterslaap.

De wijn, een al wat oudere Garnacha, had naast een miniem fruitje lichte tonen van bosgrond en mos en paste zodoende perfect bij de paddenstoelrisotto, afgemaakt met een krokantje van oesterzwam en knoflook.

Er was niets meer te wensen over. We waren intens tevreden en stomweg lief met elkaar en voor elkaar. De vermoeidheid, de ongemakken en de irritaties waren voor even verdwenen.

En of het toeval er mee speelde: ’s Avonds was er een prachtig programma over Franse chansons, natuurlijk opgenomen op de juiste plekken in Parijs, waar het leven en de melancholie vanafdroop. Na afloop liep ik in alle rust de tuin door. De laatste druppels Armagnac en een heerlijke sigaar versmolten met de wat zwaarder wordende avondlucht.

Een diepe weemoedige zucht, me realiserend dat ik wat ouder ben en wat meer hersteltijd nodig heb. Me realiserend dat de wereld de tijd nauwelijks heeft voor zo’n contemplatie. Wensend dat we stomweg wat aardiger zijn voor elkaar. Hopend dat ook drukke mensen een minuutje vinden om het eerder genoemde genot, wat er zomaar en plotseling is, zien en waarderen en er een moment bij stilstaan.

Een moment van contemplatie waarin de omgeving je bijna dwingt tot ontzag en waardigheid.

Rob Franse, 17 september 2021


Verpleegkundigen hebben echt iets speciaals

De aanleiding om daar achter te komen was overigens minder geslaagd. Vanwege een liesbreukoperatie ging ik om 12.15 de polikliniek binnen om daar, naar verwachting, tegen vieren weer te vertrekken. Maar helaas.

Rond vier uur bleek ik flink te bloeden uit een van de wondjes. M’n lichaamstemperatuur daalde naar 35 graden Celsius en de bloeddruk zakte snel. Dat voelde niet goed en dat bleek ook niet goed te zijn.

Toen gebeurde het!

De tot dat moment gewoon actieve verpleegkundigen veranderden in no-time van mensen die werk deden zoals vele anderen, in mensen met iets extra’s. In mensen met een enorme uitstraling. Misschien het beste vergelijkbaar met sommige artiesten die, wanneer ze het podium betreden, veranderen in supersterren die het publiek volledig in hun ban hebben. Het zou me de daarop komende 22 uur nog een aantal keren opvallen.

Het ging daarbij ook niet om één persoon. Het leek wel alsof het besmettelijk was. Het gold die avond voor meerdere verpleegkundigen, elkaar helpend bij verschillende ‘klussen’. Het gold voor de ambulancemensen die me tegen middernacht, verkeersdrempels zo zachtjes mogelijk nemend, naar een andere locatie moesten brengen. Voor diegenen die tegen 3 uur ’s nachts toch een plekje voor me vonden in een overvol ziekenhuis. Voor de ervaren verpleegkundige en haar jonge assistente die mij daar de volgende ochtend aantroffen. En tenslotte bij het afscheid waarbij zij minstens zo gelukkig leken als ik.


Maar wát zag en ervaarde ik dan als zo bijzonder? Ik vraag het me nu al een paar dagen af en wetend dat het me niet volledig gaat lukken ga ik het toch proberen te omschrijven: Ogen, gelaatsuitdrukking en lichaamshouding veranderen in een oogwenk van ‘attent alles in de gaten houdend’ naar een, overigens volstrekt kalme, actiestand. Handen, volgens mij drie stuks per persoon, zijn ondertussen al met precisie en doortastendheid bezig met meerdere handelingen tegelijk waarbij er nog een extra hand lijkt te zijn die mij geruststelt. De stemmen klinken duidelijk zonder luid te zijn en praten gelijktijdig tegen mij en tegen collega’s met heel precieze opdrachten. En passant wordt er zeer geïnteresseerd met mij gepraat over mijn werkzaamheden en over hetgeen mij bezig houdt waardoor ik precies zo afgeleid wordt van hun handelingen en mijn pijn als nodig is. Gelijktijdig -dat maakt het echt bijzonder -hangt er een uitstraling om hen heen die zowel zegt ‘ik kan dit, ik doe dit en ik doe dit goed’- als ‘het komt goed!’.

Natuurlijk zijn ze goed opgeleid en natuurlijk hebben ze fantastische technische hulpmiddelen maar ze wekken de indruk dit ook te kunnen in het midden van de nacht, zonder hulpmiddelen en in de buitenlucht. Met een uitstraling die ver boven ‘je werk goed doen’ uitstijgt.

Dank jullie wel Bianca, Laura, Maria en al die anderen wiens namen ik vergeten ben.

Er resten mij nog twee vragen: Hoe komt het dat jullie dit op deze manier kunnen en wat is er voor nodig om jullie dit te blijven laten doen?


Rob Franse, 4 dagen later, op 10 september 2021